Mijn verhaal...

Hoe gek kan het leven lopen… 

Tot mijn 10de woonde ik in Amsterdam, een dik meisje met jampot glazen bril op en ik werd altijd gepest. Heel erg ziek geweest waardoor ik een aantal weken niet kon lopen. Ik verhuisde vervolgens naar Lelystad maar het ging daar nog niet vlekkeloos tot die ene nacht….

Ik lag op bed, de gordijnen waren weg want ze werden gewassen. Het was alsof er een auto met koplampen mijn kamer in scheen. Maar ik wist dat mijn kamer vanaf de straat niet bereikbaar was. Het drong tot me door dat mijn kamer door iets anders hel verlicht moest zijn. Het licht nam bezit van me en even later verdween het weer.
Ik was net elf, schreeuwde om mijn vader en was ervan overtuigd dat ze me kwamen halen, met een UFO want ik wist niet wat het prachtige witte licht was. Vanaf dat moment nam mijn leven een volledig andere wending. 

Sinds die tijd ben ik veranderd. Ik werd opeens de populaire meid op school, werd de klassenvertegenwoordiger, mocht omroepen via het school systeem. Zat in elke commissie en regelde van alles. Klasgenoten zochten me altijd op. Moesten even hun verhaal kwijt. Waarom…..geen idee…

Maar mijn leven had nog veel meer voor mij in petto.

Ik kom uit een gezin van  vijf kinderen. Minke, Jannie, Nellie, Alies en ik. Toen ik drie was, was iedereen de deur al uit. Ik was een nakomertje, ik scheelde met Alies, boven mij, elf jaar en met mijn oudste zus Minke, tweeëntwintig jaar. In mijn kinderjaren groeide ik op alsof ik enig kind was. Toen ik dertien was, kreeg ik al verkering en op mijn zestiende ging ik al op mezelf wonen. Kortom, ik was al vroeg een zelfstandige meid die haar zaakjes zelf regelde.

Mijn leven toen is van belang voor de persoon die ik nu ben. Daarin heeft het overlijden van drie zussen, twee zwagers en mijn beide ouders veel invloed gehad op hoe ik geworden ben.

Ik was eenentwintig toen mijn oudste zus Minke overleed. Haar dood maakte me bewust dat het leven heel kort kan zijn. Ze had een hersentumor en na drie maanden overleed ze. We stonden er allemaal bij en zagen hoe haar lijf stopte. Ik ben daar behoorlijk van onder de indruk geweest. Ik had toen net Johan ontmoet met wie ik later zou trouwen, en leefde in een roes van romantiek en vlinders. Heel veel vlinders. Haar dood stond hier haaks op. Johan leerde mijn familie kennen toen we op weg waren naar het ziekenhuis, niet de manier waarop je graag met je schoonfamilie kennismaakt.

Haar dood overkwam me, ik had er geen controle over. Ik voelde pure onmacht. Die onmacht bracht me ook een bewustzijn.

Na haar overlijden stortte ik me nog meer in mijn werk. Johan en ik hadden inmiddels een eigen automatiseringsbedrijf, ik maakte deel uit van een de bedrijfskring Almere, zat in diverse besturen en commissies in het bedrijfsleven en organiseerde van allerlei bijeenkomsten. Ik hoopte dat met hard werken mijn verdriet zou verdwijnen. 

Een paar jaar later overleed Alies, nadat eerder haar man was overleden. Een huwelijk dat ernstige problemen kende met veel ellende door drankgebruik en goed bedoelde intenties die anderen misbruikten. Een lastig gezin waar kinderen uit huis werden geplaatst. Ik kwam daar geregeld over de vloer om mijn zus te helpen. Niet met geld maar boodschappen voor de kinderen of om haar bijvoorbeeld met doorgesneden polsen naar het ziekenhuis te brengen. Waar we niet meer werden geholpen omdat het de zoveelste keer was dat mijn zus met doorgesneden polsen bij de spoedeisende hulp gebracht werd, en het ziekenhuispersoneel aangaf dat mijn zus niet geholpen wilde worden. Dat was ook zo. Maar ik kon haar niet negeren, wat me bonje gaf met mijn andere twee zussen.

Negeren zit niet in mijn systeem. Ik werd vroeger genegeerd door mijn moeder. In plaats van een gesprek met me aangaan stak ze haar neus in de wind en deed alsof ik er niet was. Daar wist ze me mee op mijn ziel te trappen. Je kunt me nog beter op mijn bek slaan. Zo kon mijn moeder, om maar aandacht te krijgen, doen alsof ze een hartinfarct kreeg. Hoe vaak heb ik niet op mijn knieën om vergeving moeten vragen. Ze deed van alles om maar op de voorgrond te staan, ik deed er niet toe. Mijn vader volgde haar gedwee. Dus zelf iemand negeren, dat komt niet in me op. Dat kan ik niet. Ik zoek altijd de confrontatie, voor een knuffel om het goed te maken of voor een afscheid om ieder een eigen weg in te slaan. 

Dus zorgde ik voor mijn zus en deed boodschappen voor haar gezin. Het was schrijnend om te zien wat ze zichzelf aandeed. Haar drankprobleem maakte alles kapot. Ik was niet bij haar overlijden in het ziekenhuis maar haar dode lichaam liet zien dat haar dood onafwendbaar was geweest. Achteraf begrijp je niet dat ze nog zover gekomen is, na het overlijden van haar man, het vertrek van haar kinderen en weer een verkeerde vriend. Hoe ze haar kinderen in de steek liet, was niet te verteren. Maar haar overlijden moest zo zijn, er was ook geen weg terug. Ik heb haar niet kunnen redden en voelde me weer machteloos.

Mijn vader was zesenzeventig toen hij op zijn sterfbed lag. De man was op. We hadden al een paar keer afscheid genomen. Plots belde het bejaardenhuis met de mededeling dat mijn moeder een beroerte had gehad. Ze lag in coma in het ziekenhuis en worstelde desondanks met de lakens en sloeg om zich heen. Ik vond het vreselijk om haar zo te zien liggen het was duidelijk dat ze merkte dat haar lijf niet meer kon doen wat ze wou. Ze ging met de dag achteruit en ik heb haar niet meer gesproken. Het enige wat ik nog had was voice-mail op onze thuistelefoon, ze had me, voordat ze ziek werd, namelijk gebeld wanneer ik weer langskwam en ingesproken. Dat gevecht met zichzelf heeft ze een week volgehouden, ze overleed nog voor mijn vader. Ik heb geen contact meer met haar gehad.

We dachten altijd dat ze mijn vader zou overleven, ze was immers fit voor haar leeftijd. Voor mijn zussen Nellie en Jannie  en mij was dit een bizarre ervaring. Zo’n dood als de hare, gunde je je ergste vijand nog niet, wat heeft mijn moeder geworsteld. We waren erbij toen ze haar laatste adem uitblies. Maar nu ze er niet meer was, werd ons een prachtige tijd met onze vader gegund. Door de afwezigheid van mijn dominante moeder kwam mijn vader weer tot leven, leek het wel. De drie weken die hij daarop nog leefde, waren de drie mooiste weken die ik met mijn vader heb gehad. Hij zorgde die weken voor mijn zussen en voor mij, gaf ons bijvoorbeeld boodschappengeld zodat we ’s avonds goed zouden eten. Zo kenden we hem niet.

We waren erbij toen hij overleed. We zorgden dat hij er netjes bij lag, ik kreeg zijn ogen niet dicht. Hij was inmiddels de vijfde overledene uit mijn directe familie dus ik wist dat ik hem nooit meer zou zien zodra hij de kamer werd uitgereden. Zo overleden in 1999 mijn vader en moeder dus binnen drie weken achter elkaar. Weer die onmacht, dit kon ik niet terugdraaien of veranderen.

Mijn leven ging verder. Dankzij zingen, dat was mijn uitlaatklep. Ik ging zingen in Ladies Only, een koor dat later Fem@il zou gaan heten. Net als mijn zussen vroeger zongen. Ze vormden een groepje, de Poelmans Sister, dat geregeld optrad. Nu had ik ook een groepje. In 2006 had ik mijn eerste theatershow met Maatje 44, een kleinkunstduo met Ine van Geel. Het begon als een grap, maar al snel groeide het uit tot een volwaardige theatershow. Ook dit leek weer gewoon te lukken. Ik vond het heerlijk om voor een zaal te staan om gekke sketches te doen en liedjes te zingen. Vooral het raken van emoties bij mensen dat was het mooiste wat er was. Wie de schoen past..., zo heette onze eerste show. We zongen over het leven van de vrouw. Het bleek een daverend succes. We traden negen keer op in plaats van twee keer, zoals we aanvankelijk hadden gepland.

In 2007 volgde een tweede show waarmee we zes keer in het theater hebben gestaan. In dat jaar overleed dus ook mijn zus Jannie. Op de dag van haar begrafenis moest ik ’s avonds spelen, het was een boeking van een jaar ervoor. Ik kon het niet annuleren dat kon ik niet maken. Ik heb die avond gespeeld. Daarna ging bij mij letterlijk het licht uit.

Ook de man van mijn zus Nellie was inmiddels overleden. Keelkanker, hij werd nog werd bestraald maar overleed binnen een paar maanden. In 2007 begon het bij mijn zus Jannie met een slechter zicht. Ook had ze last van hoofdpijn en ze zakte geregeld zomaar door haar benen. Ze veranderde als persoon, werd chagrijnig, obstinaat en kortaf. Op ons aandringen ging ze naar het ziekenhuis waar geconstateerd werd dat ze twee tumoren had, eentje achter haar oog en eentje bij haar schouderblad.

Ze werd geopereerd maar er bleef niets van haar over, behalve haar gevoel voor humor. We mochten nog enkele weken van haar genieten en hebben in die tijd samen veel gelachen. Helaas ging ze plotseling achteruit.Ik heb twee uur aan haar sterfbed gezeten, we huilden aan één stuk door. Al was ze niet meer in staat om nog iets te zeggen, het was duidelijk dat ze voelde dat haar tijd gekomen was. Ze overleed de volgende ochtend.

Diezelfde dag zou er bij mij een MRI gemaakt worden. Iedereen in mijn familie overleed aan tumoren dus ik wilde weten waar ik aan toe was. Ik was de rouwkaarten aan het uitzoeken, toch ben ik gegaan. Er bleek niets aan de hand te zijn. Toch trok ik het niet meer. Ik stopte met werken maar organiseerde wel meteen een evenement voor KiKa (Kinderen Kankervrij).

Het bleek teveel, eind 2007 stortte ik dus in, na die laatste voorstelling van Maatje 44.  Zeven overlijdens in de familie werd me toch echt teveel. In die periode heb ik zelfs overwogen om er een eind aan te maken. Dankzij Johan ben ik er nog. Ik heb in die periode dingen gedaan waarmee ik anderen pijn heb gedaan. Ik wilde geen Monique meer zijn en ging een dubbelleven leiden. Die vlucht kon ik niemand uitleggen. Dat ging natuurlijk mis. Johan ving me op, hij begreep me ondanks zijn verdriet. Ik koos voor mijn leven als Monique en moest accepteren dat de dood bij mijn leven hoorde.

Ik ben er van overtuigd dat positief denken het allerbelangrijkste is. Dat heeft me, ondanks wat ik tot nu toe heb meegemaakt, de sterke vrouw gemaakt die ik nu ben. 

Mijn mediumschap is daarom een prachtig geschenk! 

Pluk De Dag!

liefs Monique 


Mijn familie... ik ben de kleine baby :)