Als iemand mij vroeger had verteld hoe mijn leven eruit zou gaan zien, had ik diegene waarschijnlijk voor gek verklaard. En toch is het precies zo gegaan.
Mijn leven heeft me prachtige dingen gebracht, maar ook verdriet en verlies waar ik nooit op voorbereid had kunnen zijn. Ik heb ervaren hoe machteloos je je kunt voelen wanneer je iemand van wie je houdt niet kunt redden. Ik heb geleerd dat het leven soms een compleet andere richting neemt dan je zelf voor ogen had. En dat je uiteindelijk toch weer opstaat, al is het soms met vallen en opstaan.
Maar laat ik bij het begin beginnen.
Tot mijn tiende woonde ik in Amsterdam. Ik was een stevig meisje met een bril met jampotglazen en werd veel gepest. Ook ben ik in die periode ernstig ziek geweest, zo ziek dat ik een aantal weken niet kon lopen.
Daarna verhuisden we naar Lelystad. Een nieuwe omgeving betekende helaas niet meteen een nieuwe start. Het ging allemaal niet vanzelf. Tot die ene nacht…
Ik was bijna elf jaar en lag in bed. De gordijnen waren weggehaald omdat ze gewassen werden. Plotseling leek het alsof de koplampen van een auto rechtstreeks mijn slaapkamer in schenen. Alleen wist ik dat dit onmogelijk was: mijn kamer kon vanaf de straat helemaal niet zo verlicht worden.
Het drong tot me door dat er iets anders aan de hand moest zijn.
Mijn kamer werd gevuld met een prachtig, intens wit licht. Het leek alsof het licht bezit van me nam. En toen, even plotseling als het gekomen was, verdween het weer.
Ik schreeuwde om mijn vader. Ik was ervan overtuigd dat ze me kwamen halen. Met een UFO, dacht ik, want ik had geen idee wat dat licht was geweest.
Wat het precies was, weet ik nog steeds niet. Maar ik weet wel dat die nacht een bijzondere plek in mijn leven heeft gekregen.
Vanaf dat moment veranderde er iets in mij. Het meisje dat eerder werd gepest, werd ineens populair op school. Ik werd klassenvertegenwoordiger, mocht omroepen via het schoolsysteem, zat in allerlei commissies en organiseerde van alles. Klasgenoten zochten me op om hun verhaal te vertellen. Ze moesten even iets kwijt.
Waarom ze dat deden? Geen idee.
Achteraf kijk ik daar met andere ogen naar. Misschien was er toen al iets aanwezig wat ik pas veel later echt zou leren kennen: het vermogen om aan te voelen wat er bij andere mensen speelt.
Ik kom uit een gezin van vijf dochters: Minke, Jannie, Nellie, Alies en ik.
Toen ik drie was, waren mijn zussen al uit huis. Ik was een echt nakomertje. Tussen mij en mijn zus Alies zat elf jaar verschil en mijn oudste zus Minke was maar liefst 22 jaar ouder dan ik.
Daardoor groeide ik in mijn kinderjaren eigenlijk op als enig kind.
Op mijn dertiende kreeg ik verkering en op mijn zestiende ging ik al op mezelf wonen. Ik was vroeg zelfstandig en regelde mijn eigen zaken. Niet omdat ik alles al wist, maar omdat ik gewend was mijn eigen weg te zoeken.
Wat ik toen nog niet wist, was hoeveel die vroege ervaringen, mijn gezin en de verliezen die later zouden volgen, mij zouden vormen tot de vrouw die ik nu ben.
Ik was 21 toen mijn oudste zus Minke overleed.
Ze had een hersentumor. Binnen drie maanden was ze er niet meer. We stonden erbij en zagen hoe haar lichaam het begaf. Het was een ervaring die diepe indruk op me maakte.
Juist in die periode was ik verliefd. Ik had Johan leren kennen, de man met wie ik later zou trouwen. Ik zat midden in de romantiek, de verliefdheid en de vlinders. En tegelijkertijd werd ik geconfronteerd met de dood.
Johan leerde mijn familie kennen op weg naar het ziekenhuis. Niet bepaald de manier waarop je hoopt dat je partner je familie ontmoet.
De dood van mijn zus bracht iets met zich mee waar ik niet mee om kon gaan.
Ik had geen controle. Ik kon niets veranderen. Ik kon haar niet redden.
Ik voelde pure onmacht.
En die onmacht maakte me tegelijkertijd bewust van hoe kwetsbaar het leven is. Hoe snel alles anders kan zijn. Hoe weinig vanzelfsprekend het is dat iemand die je liefhebt er morgen nog is.
Na haar overlijden stortte ik me nog meer op mijn werk. Johan en ik hadden inmiddels ons eigen automatiseringsbedrijf. Ik was actief binnen de Bedrijfskring Almere, zat in verschillende besturen en commissies en organiseerde bijeenkomsten.
Als ik maar genoeg deed, genoeg werkte en genoeg bezig was, zou het verdriet misschien vanzelf verdwijnen.
Dat dacht ik.
Maar verdriet laat zich niet wegwerken.
Een paar jaar later overleed mijn zus Alies. Ook haar leven was zwaar geweest. Haar huwelijk kende grote problemen, waaronder drankgebruik en situaties waarin goedbedoelde intenties werden misbruikt. Er was veel verdriet binnen het gezin en haar kinderen werden uiteindelijk uit huis geplaatst.
Ik kwam regelmatig bij haar over de vloer om te helpen. Niet door geld te geven, maar door boodschappen voor de kinderen te doen of er te zijn wanneer het helemaal misging.
Soms betekende dat dat ik haar met doorgesneden polsen naar het ziekenhuis bracht. Op een gegeven moment werden we daar zelfs niet meer geholpen zoals we hoopten, omdat ze er al vaker was geweest en volgens het ziekenhuispersoneel zelf geen hulp wilde.
Dat was inderdaad zo. Maar ik kon haar niet aan haar lot overlaten.
Dat leverde ook conflicten op met mijn andere zussen. Zij keken er anders naar dan ik. Maar iemand negeren? Dat zit niet in mijn systeem.
Ik weet namelijk hoe het voelt om genegeerd te worden.
Als kind werd ik door mijn moeder regelmatig genegeerd. In plaats van een gesprek aan te gaan, kon ze haar neus in de wind steken en doen alsof ik er niet was. Dat raakte me diep. Voor mij voelde dat soms nog erger dan een flinke ruzie.
Mijn moeder kon ver gaan om aandacht te krijgen. Zo deed ze soms alsof ze een hartinfarct kreeg. Ik heb vaak op mijn knieën om vergeving moeten vragen, terwijl ik als kind niet altijd begreep wat ik verkeerd had gedaan. Mijn vader volgde haar meestal gedwee.
Ik voelde me niet gezien. Alsof ik er niet toe deed.
Misschien is daar wel iets ontstaan wat nog altijd bij me hoort.
Ik wil dingen uitpraten. Ik wil weten waar ik aan toe ben. Ik wil het goedmaken als dat kan, desnoods met een knuffel. En als dat niet meer lukt, wil ik op zijn minst eerlijk afscheid kunnen nemen.
Maar iemand negeren en doen alsof diegene niet bestaat? Dat kan ik niet.
Dus bleef ik voor Alies zorgen, op de manier waarop ik dat kon. Ik zag hoe haar drankprobleem steeds meer kapotmaakte. Hoe haar leven verder afbrokkelde en hoe haar kinderen, haar huwelijk en uiteindelijk ook haar eigen toekomst daaronder leden.
Toen Alies overleed, was ik niet bij haar in het ziekenhuis. Haar overlijden maakte diepe indruk op me. Achteraf vroeg ik me af hoe ze het allemaal zo lang had volgehouden, na het verlies van haar man, het vertrek van haar kinderen en opnieuw een relatie die haar geen goed deed.
Ik kon haar niet redden.
En opnieuw was daar die machteloosheid.
Ik moest leren dat liefde niet betekent dat je iedereen kunt redden. Hoe graag je dat ook wilt.
Mijn vader was 81 en lag op zijn sterfbed. Hij was op. We hadden al meerdere keren afscheid genomen.
Toen kwam het telefoontje uit het bejaardenhuis: mijn moeder had een beroerte gehad.
Ze lag in coma in het ziekenhuis. Toch bewoog ze voortdurend, worstelde ze met de lakens en sloeg ze om zich heen. Het was verschrikkelijk om haar zo te zien. Het leek alsof haar lichaam niet meer deed wat zij wilde, terwijl ze daar zelf misschien nog iets van meekreeg.
Ze ging snel achteruit.
Ik heb niet meer met haar kunnen praten.
Het enige wat ik nog had, was een voicemailbericht op onze huistelefoon. Vlak voordat ze ziek werd, had ze me gebeld met de vraag wanneer ik weer langskwam. Dat bericht kon ik terugluisteren. Het was haar stem, haar laatste boodschap aan mij.
De situatie deed me denken aan wat wordt beschreven bij het locked-in-syndroom, waarbij iemand ernstig beperkt kan zijn in de mogelijkheid om te bewegen of te communiceren. Ik wist niet precies wat mijn moeder nog meekreeg, maar het was hartverscheurend om haar zo te zien worstelen.
Ze hield het nog een week vol en overleed vóór mijn vader.
We hadden altijd gedacht dat zij hem zou overleven. Mijn moeder was voor haar leeftijd behoorlijk fit geweest. Voor mijn zussen Nellie en Jannie en mij was het een bizarre en pijnlijke ervaring.
Zo'n sterfbed gun je niemand.
We waren erbij toen ze haar laatste adem uitblies.
En toen gebeurde er iets wat ik nooit had verwacht.
Zonder mijn moeder leek mijn vader weer tot leven te komen. Mijn moeder had altijd een dominante rol gespeeld binnen het gezin. Nu zij er niet meer was, ontstond er ruimte voor een andere kant van mijn vader.
De drie weken die hij daarna nog leefde, waren misschien wel de mooiste weken die ik met hem heb gehad.
Hij zorgde voor ons. Hij gaf ons bijvoorbeeld geld om boodschappen te doen, zodat we 's avonds goed konden eten. Kleine dingen misschien, maar voor ons betekenden ze veel. Zo hadden we hem nooit echt gekend.
We kregen alsnog iets wat we niet meer hadden verwacht: tijd met onze vader waarin we hem op een andere manier leerden kennen.
Ook bij zijn overlijden waren we erbij. We zorgden ervoor dat hij er netjes bij lag. Ik kreeg zijn ogen niet dicht.
Hij was inmiddels de vijfde overledene uit mijn directe familie. Ik wist dus wat er zou gebeuren zodra hij de kamer werd uitgereden. Ik zou hem nooit meer terugzien.
In 1999 overleden mijn ouders binnen drie weken na elkaar.
En opnieuw voelde ik die onmacht.
Dit kon ik niet terugdraaien. Ik kon niets veranderen. Ik kon alleen maar afscheid nemen en verdergaan.
Gelukkig had ik iets waarmee ik mijn emoties kwijt kon: zingen.
Ik ging zingen bij Ladies Only, een koor dat later Fem@il zou gaan heten. Dat voelde op een bepaalde manier als een verbinding met mijn zussen. Zij hadden vroeger samen opgetreden als de Poelmans Sisters. Nu had ik zelf ook een groepje.
In 2006 begon er een nieuw avontuur: Maatje 44, een kleinkunstduo met Ine van Geel.
Wat begon als een grap, groeide uit tot een echte theatershow. Ik vond het heerlijk om voor een zaal te staan, gekke sketches te spelen en liedjes te zingen. Mensen laten lachen was geweldig, maar mensen raken in hun emoties vond ik misschien nog wel mooier.
Onze eerste show heette Wie de schoen past… en ging over het leven van de vrouw. We hadden twee optredens gepland, maar het werden er uiteindelijk negen. Het bleek een groot succes.
In 2007 volgde onze tweede show, waarmee we zes keer in het theater stonden.
Op het eerste gezicht leek het alsof ik alles goed voor elkaar had. Ik werkte, organiseerde, zong en stond op het podium. Ik was bezig en ging door.
Maar ondertussen droeg ik veel meer met me mee dan ik zelf besefte.
In 2007 overleed ook mijn zus Jannie.
Mijn zwager, de man van mijn zus Nellie, was inmiddels eveneens overleden aan keelkanker. Ondanks de bestralingen ging het snel.
Bij Jannie begonnen de problemen met haar zicht. Ze kreeg hoofdpijn en zakte regelmatig door haar benen. Ook veranderde haar persoonlijkheid. Ze werd kortaf, chagrijnig en anders dan we haar kenden.
Op ons aandringen ging ze naar het ziekenhuis. Daar bleek dat ze twee tumoren had: één achter haar oog en één bij haar schouderblad.
Ze werd geopereerd, maar de ingreep en alles wat daarop volgde hadden haar enorm verzwakt. Wat gelukkig bleef, was haar gevoel voor humor.
We mochten nog een paar weken van haar genieten. En wat hebben we in die tijd gelachen.
Dat klinkt misschien vreemd wanneer je weet dat iemand ernstig ziek is, maar juist die momenten werden ontzettend waardevol. We konden nog even samen zijn, grapjes maken en genieten van elkaar.
Tot ze plotseling achteruitging.
Ik heb twee uur aan haar sterfbed gezeten. We huilden aan één stuk door. Ze kon niet meer praten, maar het voelde alsof ze wist dat haar tijd gekomen was.
De volgende ochtend overleed ze.
Diezelfde dag zou ik zelf een MRI-scan krijgen. In mijn familie waren inmiddels zoveel mensen aan tumoren overleden dat ik wilde weten waar ik aan toe was.
Ik was bezig met het uitzoeken van de rouwkaarten, maar ben toch naar het ziekenhuis gegaan.
Er bleek gelukkig niets aan de hand te zijn.
Toch was ik op. Ik kon niet meer. Ik stopte met werken, maar zelfs toen kon ik het niet laten om iets te organiseren. Ik zette meteen een evenement op voor KiKa, Stichting Kinderen Kankervrij.
Want stilzitten? Dat was ik niet gewend.
Eind 2007 stortte ik uiteindelijk in, na de laatste voorstelling van Maatje 44.
Zeven overlijdens in mijn familie hadden hun tol geëist. Ik had jarenlang geprobeerd alles op te vangen, door te werken, te organiseren, voor anderen klaar te staan en steeds maar weer door te gaan.
Maar ik had mezelf ergens onderweg verloren.
In die periode was ik zo wanhopig dat ik zelfs heb overwogen om een einde aan mijn leven te maken.
Johan heeft me erdoorheen geholpen. Hij bleef bij me, ook toen ik zelf niet meer wist wie ik was of hoe ik verder moest. Hij had zijn eigen verdriet, maar probeerde mij toch te begrijpen en op te vangen.
Ik heb in die tijd keuzes gemaakt waarmee ik anderen pijn heb gedaan. Ik wilde niet meer de Monique zijn die ik altijd was geweest. Ik probeerde te ontsnappen aan mezelf en ging een dubbelleven leiden.
Die vlucht kon ik niet uitleggen. En uiteindelijk liep het natuurlijk mis. Ik moest onder ogen zien wat er met me gebeurde. Ik moest opnieuw kiezen voor mijn leven, voor mezelf en voor de vrouw die ik werkelijk was. Ik koos ervoor om weer Monique te zijn.
En ik moest accepteren dat de dood, hoe onrechtvaardig en pijnlijk die soms ook voelt, bij het leven hoort.
Ik zou mijn leven niet willen beschrijven als een aaneenschakeling van verdriet. Er is ook heel veel moois geweest. Liefde, vriendschap, humor, muziek, ondernemerschap, nieuwe kansen en bijzondere ontmoetingen. Maar ik kan niet ontkennen dat de verliezen mij hebben veranderd.
Ik heb ervaren hoe het is om machteloos toe te kijken. Om iemand te willen redden en te ontdekken dat je dat niet kunt. Om door te gaan terwijl je eigenlijk niet meer weet waar je de kracht vandaan moet halen.
En ik heb ervaren hoe belangrijk het is om uiteindelijk weer naar jezelf te luisteren.
Voor mij is positief denken daarin heel belangrijk geworden. Niet omdat je daarmee verdriet kunt wegpoetsen of omdat alles vanzelf goed komt wanneer je maar positief blijft. Zo werkt het leven niet. Maar omdat ik heb ontdekt dat je, ook na de moeilijkste periodes, opnieuw kunt kiezen hoe je verder wilt.
Je kunt het verleden niet veranderen. Je kunt niet iedereen redden. Je kunt niet alles onder controle houden. Maar je kunt wel proberen om het leven dat je hebt gekregen zo goed mogelijk te leven.
En dat is wat ik doe.
Wanneer ik terugkijk op mijn leven, zie ik hoe veel verschillende ervaringen mij hebben gevormd. De gebeurtenissen uit mijn jeugd, de mensen die ik heb verloren, de momenten waarop anderen hun verhaal bij mij kwijt wilden en de lessen die ik zelf heb moeten leren.
Ik kan niet bewijzen dat alles met elkaar samenhangt. Maar ik weet wel dat mijn gevoeligheid voor mensen en hun emoties altijd een rol heeft gespeeld in mijn leven.
Mijn mediumschap is voor mij dan ook een prachtig geschenk.
Ik hoef niet alles te begrijpen. Ik hoef niet overal een verklaring voor te hebben. Ik mag voelen, ontvangen, luisteren en de informatie die bij mij binnenkomt zo goed mogelijk vertalen.
Het is bijzonder dat ik daarmee iets voor een ander kan betekenen.
Niet door iemands leven te bepalen. Niet door te vertellen wat iemand moet doen. Maar door als raadgever mee te kijken, inzichten te geven en iemand te helpen bij de volgende stap.
Misschien is dat wel wat ik zelf ook steeds opnieuw heb moeten leren: dat je niet alles kunt controleren, maar dat je wel verder kunt. En dat je, hoe vaak het leven je ook onderuit haalt, opnieuw mag opstaan.
Het leven is niet altijd eerlijk. Soms gebeuren er dingen die je nooit zult begrijpen. Soms moet je afscheid nemen terwijl je nog zoveel had willen zeggen. En soms ontdek je pas achteraf hoeveel kracht je eigenlijk in je hebt. Daarom wil ik niet wachten tot morgen om vandaag te leven.
Ik wil genieten van de kleine dingen, lachen wanneer het kan, huilen wanneer het nodig is en vooral doen wat mijn hart me ingeeft.
Ik ben inmiddels een heel eind gekomen. Van het meisje met de jampotbril tot de vrouw die haar leven opnieuw heeft opgebouwd en nu in Spanje woont, waar ze haar passie voor mediumschap voortzet.
En weet je? Ik ben nog lang niet klaar.
Pluk de dag. Leef nu. En vergeet vooral niet om af en toe heel hard te lachen.
Liefs,
Monique
Liefs, Monique
Ik geef mijn readings online, vanuit Spanje. Kijk welk consult bij je past.
Mail info@moniquevork.nl